Spelregels

Voor het beachkorfbal zijn door het IKF spelregels opgesteld. Tijdens het KOAG slotdagtoernooi hanteren we een meer aan de praktijk aangepaste versie van deze spelregels. De officiële korfbalspelregels zijn en blijven van toepassing, voor zover daar in onderstaande regels niet van is afgeweken.

1. Speelveld

De afmetingen van het veld zijn 20 x 20 m. In ieder van de vier hoeken is een virtuele driehoek met zijden van 7 meter lang.

2. Markeringen

Het gehele speelveld is gemarkeerd door middel van duidelijk zichtbare lijnen. De hoekpunten van de virtuele schuine lijnen van de driehoeken worden aangegeven. (bijvoorbeeld d.m.v. stukken rood/wit lint of gekleurd koord die op 7 m van de hoeken om de lijnen van het speelveld wordt bevestigd.)

In verband met het gevaar voor de spelers wordt geen strafworpstip gemarkeerd op het veld. De scheidsrechter geeft voor strafworp en vrije bal de juiste locatie aan.

3. Palen

De paal staat in het midden van het veld.

4. Spelers

A. Teams

Ieder team bestaat uit 4 personen, waarvan er 2 van het vrouwelijke geslacht zijn en 2 van het mannelijke geslacht.

B. Incomplete teams

Als een team incompleet is kan er in samenspraak met de scheidsrechter door beide teams besloten worden een dame als heer in te zetten of een heer als dame.

Tevens is het toegestaan één persoon aan te wijzen welke gedurende de gehele (resterende) wedstrijd, analoog aan de reguliere regels, alleen een steunende taak zal hebben en niet gerechtigd is te scoren.

C. Wisselen

Tijdens het spel en op dode momenten mogen de vier spelers in het veld worden gewisseld voor andere spelers. Gewisselde spelers mogen altijd terug gewisseld worden en weer deelnemen aan het spel. Wisselen is dus op ieder moment toegestaan Wisselen gebeurt vanuit een wisselzone. Er is 1 wisselzone voor beide teams.

De wisselzone is voor de velden aan de zijde van de hockeyvelden.

D. Kleding en schoenen

De spelers van ieder team moeten gekleed zijn in een uniform ogend shirt.

E. Bijzondere omstandigheden

Spelers moeten rekening te houden met de aard van het toernooi (verschillende leeftijden en niveau) en daar hun speelwijze op aan passen. Bij hantering van de spelregels dient de scheidsrechter deze bijzondere ondergrond in zijn/haar beslissingen mee te wegen.

5. Speelduur

De wedstrijden duren 15 minuten, zonder onderbreking. Tussen de wedstrijden wordt rekening gehouden met 3 minuten opsteltijd.

Tijdens het gehele toernooi geeft de wedstrijdleiding centraal aan wanneer de wedstrijden aanvangen en eindigen. Ook als bij aanvang de teams niet gereed zijn, gaat de speeltijd in op het centraal aangegeven moment en wordt de speeltijd van de betreffende wedstrijd dus met de al verstreken tijd ingekort.

6. Doelpunten

Een doelpunt telt voor 1 punt. Wordt de bal echter vanuit één van de vier virtuele driehoeken geschoten, dan telt de score voor 2 punten. (advies: Om voor spelers en publiek te verduidelijken wanneer een schotpoging voor 2 doelpunten kan tellen wordt scheidsrechters geadviseerd om met omhoog geheven arm met het gebaar van twee opgestoken vingers aan te geven wanneer de schutter in de driehoek staat.)

7. Recht van aanval behalen

Als de verdedigende ploeg de bal onderschept moet het recht van aanval behaald worden alvorens een doelpoging mag volgen. Dit kan door de bal naar één van de vier virtuele driehoeken te spelen. Het recht van aanval gaat direct in op het moment dat de bal in de driehoek is gekomen.

Toelichting:

  • Uit bovenstaande volgt, dat zodra de bal in de driehoek is er een doelpoging voor 2 punten gedaan mag worden.
  • Van onderschepping is sprake, wanneer een speler van de verdedigende ploeg de bal daadwerkelijk in handen heeft. Op dat moment gaat het recht van aanval van de aanvallende partij verloren en moet dit opnieuw door één van beide partijen worden gehaald.
  • Wordt de bal door een verdediger slechts aangeraakt of aangetikt, maar blijft deze daarna in bezit van de aanvallende ploeg, gaat het recht van aanval niet verloren en kan de aanval dus worden doorgezet.

Advies:

Om voor spelers en publiek te verduidelijken wanneer de bal in één van de hoeken moet worden gespeeld, wordt scheidsrechters geadviseerd dit bij onderschepping door de verdedigende ploeg aan te geven door middel van het met beide gestrekte armen en wijsvingers wijzen naar twee van de hoeken. Tevens wordt geadviseerd dit gebaar vol te houden, totdat de bal daadwerkelijk in de hoek is geweest.

Wanneer een doelpoging wordt gedaan voordat de bal in één van de driehoeken is geweest, wordt dit bestraft met een spelhervatting voor de tegenpartij op de plaats vanwaar de doelpoging is gedaan.

Bij een spelhervatting of uitbal behoeft de bal niet eerst naar de driehoek gespeeld te worden en kan direct met aanvallen worden begonnen.

Beslissingswedstrijden:

  • Als de toernooileiding beslist tot beslissingswedstrijden of finale ronden, wordt bij gelijkspel aan het einde van de wedstrijd doorgespeeld volgens het golden goal principe. Telkens als een team in deze verlenging heeft gescoord, krijgt de tegenpartij nog één maal de gelegenheid om aan te vallen. De wedstrijd eindigt op het moment dat de bal wordt onderschept door de eerst scorende partij.
  • Is er na 5 minuten extra speeltijd nog geen winnaar of is niet gescoord, dan wordt door 4 spelers van elke ploeg om en om een strafworp genomen.
  • Is ook na deze strafworpserie geen winnaar bekend, dan worden strafworpen door dezelfde spelers als in de eerste serie genomen en is de eerst missende partij de verliezer van de wedstrijd.

In deze wedstrijden bepaalt de scheidsrechter begin en einde van de speeltijd.

Regels die bijna vanzelfsprekend zijn, maar we toch even onder de aandacht willen brengen, zijn:

  • Bij wangedrag heeft de scheidsrechter het recht een speler uit te sluiten voor desbetreffende wedstrijd.
  • In overleg met de toernooileiding kan besloten worden een speler uit te sluiten voor alle nog te spelen wedstrijden.
  • In die gevallen waarin de regels niet voorzien beslist de scheidsrechter, respectievelijk de toernooileiding.