Aan elk begin van een nieuw korfbalseizoen wordt er kritisch gekeken naar de spelregels en eventueel wat aanpassingen gedaan. Ook dit jaar zijn er weer enkele aanpassingen van de spelregels op tekstueel én op inhoudelijk gebied. Hieronder enkele spelregels die inhoudelijk iets zijn veranderd.

1. Kan een overtreding worden bestraft als het spel is onderbroken?

Het antwoord is: ja. “De scheidsrechter bestraft ieder moment van de wedstrijd de overtreding van de spelregels, ook wanneer het spel is onderbroken”.

Als bijvoorbeeld tijdens een blessurebehandeling een speler elders een overtreding maakt op zijn tegenstander (bijvoorbeeld wegduwen bij de paal om alvast een gunstige afvangpositie in te nemen), dan is de scheidsrechter bevoegd daartegen op te treden. Hij doet er in dat geval goed aan de spelers in woord en/of gebaar uitleg te geven; hij kan in formele zin geen fluitsignaal geven, want het spel is onderbroken; wel kan hij een fluitsignaal geven om aandacht te trekken of de situatie duidelijk te maken.

2. Mag een scheidsrechter tijdens de wedstrijd een coach – bij wijze van straf – verbieden de  bank voor de rest van de wedstrijd te verlaten zonder zijn toestemming?

De scheidsrechter heeft deze bevoegdheid. Als een coach zich onjuist gedraagt kan de scheidsrechter deze maatregel nemen. In dat geval is de coach niet meer bevoegd de bank tijdelijk te verlaten voor:

  • het aanvragen en gebruik maken van een time-out;
  • het aanvragen van een spelersvervanging;
  • het aanbrengen van een noodzakelijke spelersvervanging in zijn ploeg;
  • het aan de scheidsrechter (en de andere coach) meedelen wie als niet-schietende aanvaller wordt beschouwd bij een 4-3-situatie;
  • het geven van aanwijzingen aan zijn spelers. Genoemde bevoegdheden mag hij uiteraard wel vanaf de bank uitoefenen. 

NB: het gaat alleen om de coach. Dat is ook logisch, want de andere personen, die op de bank zitten, mogen er helemaal niet van af (behalve vervangende spelers om warm te lopen en de verzorger om een geblesseerde speler te onderzoeken c.q. te behandelen).

De ervaring leert dat de scheidsrechter van deze bevoegdheid te weinig gebruik maakt. Dat is jammer. Voor de goede orde: de scheidsrechter heeft daarnaast de mogelijkheid tot het tonen van de gele of de rode kaart, indien daartoe aanleiding bestaat.

3. Zich warm lopende spelers voor de volgende wedstrijd

Deze spelers maken geen deel uit van de wedstrijd die gaande is en behoren dus niet tot “de ploeg”.

Feitelijk en formeel zijn ze “gewoon” publiek dat zich in de zaal bevindt. Bij overlast kan de scheidsrechter hen wel wegsturen uit de zaal, nadat volgens § 2.3g de aanvoerder hen heeft gewaarschuwd aan de overlast een eind te maken. Lukt dit niet dan kan de scheidsrechter in het uiterste geval de wedstrijd staken.

Overigens worden in de praktijk vaak afspraken gemaakt tussen de scheidsrechter van de wedstrijd, die gaande is en de ploegen voor de volgende wedstrijd waar wel/niet mag worden warmgelopen. Mede gelet op de vaak beperkte ruimte wordt van de scheidsrechter de nodige soepelheid verwacht.

Bij wangedrag kan aan deze personen dus geen gele of rode kaart worden getoond: zij horen immers niet tot de ploeg.

4. De bal is “uit”, maar komt meteen in handen van een speler van de andere ploeg. Mag de scheidsrechter de voordeelregel toepassen?

Dat mag de scheidsrechter niet.

5. Teken “nog 1 minuut te spelen” aan het eind van de eerste en de tweede helft

Het blijkt dat menig scheidsrechter dit verplichte teken helemaal niet geeft dan wel: alleen bij zaalwedstrijden. Dit is onjuist: sinds het seizoen 2014-2015 heeft de scheidsrechter de plicht dit teken te geven bij alle korfbalwedstrijden.

6. Overtreding van een aanvaller bij het uitverdedigen; vrije worp in het andere vak?

Het antwoord is: neen.

Het komt nogal eens voor dat bij het opbrengen van de bal door een verdediger diens tegenstander (aanvaller) een overtreding maakt. Elke overtreding van een aanvaller wordt bestraft met een spelhervatting, behalve als door die overtreding een scoringskans in het andere vak verloren gaat; in dat geval is het dan natuurlijk geen spelhervatting, maar een strafworp.

Het komt voor dat aanvallers dergelijke overtredingen vaak en veelal ook met opzet maken, omdat zij weten dat het “toch maar een spelhervatting” is voor de andere ploeg. Het ligt voor de hand dat de scheidsrechter de aanvaller een gele kaart toont nadat er sprake is van “herhaling”, ook als het de eerste overtreding van die aanvaller is.

7. Gevolgen meespelen van een ongerechtige speler

Het komt nogal eens voor dat een spelers- of andere legitimatiekaart niet aan de scheidsrechter kan worden getoond. Daarvan moet melding worden gemaakt op het wedstrijdformulier. Dat wordt dan een tuchtzaak. Als de Tuchtcommissie de vereniging schuldig verklaart leidt dat meestal tot een boete én twee winstpunten in mindering voor de desbetreffende ploeg.

Bij het invullen en tekenen van de wedstrijdformulieren wil een scheidsrechter nog wel eens aangeven dat “het wel mee zal vallen met de straf”. Met als gevolg dat de vereniging geen werk meer maakt van de reglementaire mogelijkheid om de kaart alsnog later aan de scheidsrechter te tonen.

De scheidsrechter wordt dringend verzocht zich te onthouden van het geven van een oordeel over de ernst van de overtreding of over de inschatting van de te verwachten straf. Daar is de scheidsrechter niet voor. Het voorkomt verwarring, onbegrip en boosheid bij de gestrafte vereniging.

8. Schieten en scoren na het hervatten van het spel of bij een scheidsrechterworp. Mag dat?

Bij het hervatten van het spel (bijvoorbeeld na een blessurebehandeling) mag de aanvaller meteen schieten en dus ook scoren. Er is immers geen overtreding aan vooraf gegaan! Na het hervatten van het spel (hetgeen iets anders is dan een spelhervatting, want daar gaat altijd een overtreding aan vooraf) gaat het spel gewoon door, waar het eerder onderbroken was.

Het zelfde geldt voor het schieten (en dus ook scoren) bij een scheidsrechtersworp. Uiteraard dient te worden voldaan aan de eisen, die verband houden met “verdedigd schieten”. Overigens: de scheidsrechter is niet verplicht de scheidsrechtersworp te nemen op de plaats waar de situatie is ontstaan. Indien hij een plaats elders beter vindt (bijvoorbeeld om te voorkomen dat er verwarrende situaties ontstaan) mag hij dat doen.

9. tolletje; wel/niet snijden

Bij een tolletje loopt een aanvaller om een mede-aanvaller, die vóór de paal staat, heen met als doel de afvangpositie in te nemen. Meestal wordt er door de aanvaller, en dus ook diens tegenstander rustig gelopen. Als het echter niet om de afvangpositie gaat, maar om het aanspelen van de bal naar de aanvaller zodra zijn tegenstander achter hem is, is er dan sprake van snijden en zo ja, van een overtreding zodra er wordt geschoten?

Hierover kan het volgende worden opgemerkt:

  • niet de snelheid van de spelers is bepalend, maar alleen de vraag of de aanvaller zijn weg zodanig kiest langs de mede-aanvaller dat de verdediger zijn verdedigende of hinderende positie moet opgeven omdat hij in botsing komt of dreigt te komen met die mede-aanvaller.
  • wil er sprake zijn van snijden, dan dient de aanvaller “strak” langs de mede-aanvaller te lopen met als doel dat hij vrij zal komen omdat de tegenstander hem niet kan volgen. Tevens dient de tegenstander in botsing te komen of dreigen te komen met de mede-aanvaller als gevolg van de actie van de aanvaller. Er moet dus een relatie zijn tussen de actie van de aanvaller en de actie van diens tegenstander. Tenslotte moet er sprake zijn van het opgeven van de verdedigende of hinderende positie door de tegenstander als gevolg van de actie van de aanvaller.

Bij een tolletje is van snijden vaak geen sprake: de aanvaller loopt niet strak langs de mede-aanvaller en de tegenstander komt niet in botsing of dreigt niet in botsing te komen waardoor de (meestal) hinderende positie moet worden opgegeven. Het verbod om te schieten na snijden wordt dus niet overtreden; de aanvaller mag, mits niet voldaan wordt aan de eisen van verdedigd schieten, gewoon schieten.

Overigens: als de aanvaller wél strak om de mede-aanvaller loopt maar de tegenstander niet botst op of dreigt te botsen op de mede-aanvaller, waardoor de verdedigende of hinderende positie moet worden opgegeven, is er evenmin sprake van snijden.

10. Overtreding van een verdediger bij het nemen van een spelhervatting is altijd een vrije worp voor de aanvallende ploeg (en dus geen spelhervatting).

Dit was al zo, maar scheidsrechters vinden dit vaak een te zware straf en kennen weer een spelhervatting toe. Een scheidsrechter hoort in alle gevallen waarbij sprake is van een overtreding bij een spelhervatting bv de armen omhoog doen een vrije bal te geven.

11. Positiewisseling twee aanvallers bij het nemen van een vrije worp

Het komt voor dat – als de scheidsrechter een vrije worp toekent – een aanvaller onmiddellijk bij de paal gaat staan om een goede aangeefsituatie te creëren. Zijn tegenstander gaat naast hem staan. Even later neemt een mede-aanvaller de positie in van de aanvaller, tot ergernis van de verdediger, die het liefst deze plek had ingenomen. De vraag is of dat mag.

Het antwoord is: ja, zolang de scheidsrechter nog niet heeft ingefloten voor het nemen van de vrije worp. Indien de verdediger gebruik maakt van de korte tijd, dat de positie vrij is en die positie inneemt, dan is de mede-aanvaller te laat en dient hij een andere plek te zoeken.

Maar het “ruilen van positie” is op zich toegestaan.

12. Positie aangeef bij het nemen van een vrije worp

Het komt voor dat de aangeef wijdbeens naast de paal gaat staan. Zijn tegenstander ervaart dat vaak als onrechtvaardig omdat de aangeef wel erg veel ruimte in beslag neemt en hij zijn verdedigende of hinderende taak niet goed kan uitvoeren.

Het volgende kan hierover worden opgemerkt:

  • volgens § 3.6i (verbod om een tegenstander te duwen, vast te houden of af te houden) bepaalt dat een speler zich mag opstellen en verplaatsen zoals hij verkiest. Dat mag dus ook wijdbeens zijn. De tegenstander mag hem in de vrije beweging niet belemmeren.
  • volgens al jaren bestaand gewoonterecht heeft een verdediger overigens het eerste het recht om een positie in te nemen. Dat kan echter alleen als die positie nog vrij is.

Scheidsrechters, die het wijdbeens-staan bestraffen handelen dus in strijd met de spelregels.

13. Een nabrander voor het 4Korfbal

Indien een schot niet tot een geldig doelpunt leidt en de schietende speler direct na het schot weer in bezit komt van de bal, dient deze eerst te worden overgespeeld alvorens weer door een speler van die ploeg mag worden geschoten. Indien er niet wordt overgespeeld, maar er weer wordt geschoten door de speler die het eigen schot heeft afgevangen, volgt een spelhervatting voor de andere ploeg.

Beter weten ...

"Echte korfballer beheersen de regels" is het motto van de bond voor een traject om elke speler op de hoogte te laten zijn van de spelregels, die door de scheidsrechter worden gehandhaafd. Meer informatie vind je hier.